ECLI:NL:PHR:2003:AF7691
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van bedrijfs- en woonruimte te Amsterdam
De zaak betreft de vervroegde onteigening van een perceel te Amsterdam, bestaande uit een bedrijfsruimte en meerdere woningen, waarvan de eigenaar tevens exploitant was van een coffeeshop. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op een bedrag van € 258.201 vermeerderd met rente, maar de eigenaar stelde cassatie in tegen deze vaststelling.
De Hoge Raad beoordeelde diverse cassatiemiddelen, waaronder de waardering van het onteigende, de vergoeding van bedrijfsschade zoals vervangende huisvestingslasten en liquidatieschade, en de compensatie van renteschade in verband met voortgezet gebruik. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom geen rekening was gehouden met het feitelijk betaalde lage huurbedrag en de mogelijke aanpassing aan marktconforme huur, en dat de rechtbank onvoldoende had onderbouwd hoe het voortgezet gebruik was gewaardeerd.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar een gerechtshof voor nader onderzoek en beoordeling van de waardering van het onteigende en de diverse schadeposten, waaronder het verlies van voordeel door huurprijsaanpassing en de omvang van de vertragingsschade door voortgezet gebruik.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar een gerechtshof voor nader onderzoek en beoordeling van de schadeloosstelling.