ECLI:NL:PHR:2003:AF7902
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie voor importeur rundvlees na BSE-importverbod wegens normaal bedrijfsrisico
De zaak betreft een importeur van rundvlees uit Noord-Ierland die schade leed door het Nederlandse import- en handelsverbod op Brits rundvlees in 1996, ingegeven door de BSE-crisis. De importeur vorderde schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig handelen door het uitvaardigen van het verbod en de uitlatingen van bewindslieden.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat het verbod voorzienbaar was en de schade tot het normale bedrijfsrisico van de importeur behoorde. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de importeur onevenredig nadeel had geleden omdat zij niet was gecompenseerd zoals andere betrokkenen in de vleesindustrie, en verwees de zaak naar schadestaat.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De Raad stelt dat de schade van de importeur valt onder het normale bedrijfsrisico, mede gelet op het risicovolle karakter van de onderneming en het feit dat Noord-Iers rundvlees niet risicovrij was. Ook acht de Raad het onbegrijpelijk dat het hof oordeelde dat het verbod niet voorzienbaar was. Daarnaast benadrukt de Hoge Raad dat de gelijkheid voor openbare lasten (égalité devant les charges publiques) inhoudt dat onevenredige schade buiten het normale bedrijfsrisico moet worden gecompenseerd, maar dat hier geen sprake is van een dergelijke onevenredigheid. De Raad wijst op de maatschappelijke en economische gevolgen van het toekennen van dergelijke claims en benadrukt de noodzaak van terughoudendheid bij het toekennen van overheidsaansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering tot schadevergoeding af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.