ECLI:NL:PHR:2003:AF8274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afbouw van alimentatieverplichting na scheiding volgens Wet limitering alimentatie
Deze zaak betreft een verzoek tot beëindiging van de alimentatieverplichting tussen ex-echtgenoten op grond van art. II lid 2 van de Wet limitering alimentatie (WLA). De man verzocht om beëindiging van de alimentatie na vijftien jaar, met een afbouwregeling en zonder mogelijkheid tot verlenging. De rechtbank wees dit verzoek deels af, maar het hof stelde een afbouwregeling vast en verlengde de termijn tot 2011, waarbij wettelijke indexering werd uitgesloten.
De vrouw kwam in cassatie tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat bij een definitieve beëindiging van de alimentatieplicht op termijn hoge motiveringseisen gelden. Het hof had voldoende gemotiveerd dat de vrouw vanaf 1990 fulltime had kunnen werken en dat de gevolgen van haar arbeidsongeschiktheid voor haar eigen rekening kwamen, mede omdat zij een arbeidsongeschiktheidsverzekering had kunnen afsluiten.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat de wettelijke indexering tijdens de afbouwperiode kon worden uitgesloten gezien het karakter van de regeling. De klachten van de vrouw faalden, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; de alimentatieverplichting wordt definitief beëindigd na een afbouwperiode zonder wettelijke indexering.