ECLI:NL:HR:1999:AA4832
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatie na scheiding en toepassing Wet limitering na scheiding
Partijen zijn in 1970 gehuwd en in 1980 gescheiden waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. De vrouw ontving op het moment van het verzoek ongeveer ƒ 2.042,-- per maand, inclusief indexering. Na het beëindigen van haar deeltijdbaan wegens gezondheidsklachten ontving zij een bijstandsuitkering van ƒ 1.136,21 netto per maand.
De man verzocht de alimentatie te beëindigen op grond van de Wet limitering na scheiding. Rechtbank en Hof wezen het verzoek toe omdat de vermindering van het inkomen van de vrouw feitelijk beperkt was, mede doordat zij als bijstandsgerechtigde geen extra ziektekostenpremie hoefde te betalen.
De vrouw stelde dat het Hof onvoldoende rekening had gehouden met alle omstandigheden die de beëindiging onredelijk maakten. De Hoge Raad oordeelde dat bij geringe inkomensachteruitgang de rechter zonder uitgebreide motivering mag aannemen dat het beroep op uitzondering faalt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de alimentatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de alimentatieverplichting omdat de inkomensachteruitgang van de vrouw beperkt is en geen zwaarwegende billijkheidsargumenten zijn aangetoond.