ECLI:NL:HR:2003:AF8274
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afbouw en beëindiging alimentatie na scheiding met toepassing WLA
De zaak betreft een geschil over de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding in 1985. De man verzocht de rechtbank om de alimentatie met ingang van 1 september 2000 te beëindigen of een termijn te stellen waarbinnen de alimentatie eindigt zonder verlengingsmogelijkheid. De rechtbank wees dit verzoek af en bepaalde een beëindiging per 1 december 2010 met mogelijkheid tot verlenging.
Het hof vernietigde dit vonnis en stelde een afbouwregeling vast waarbij de alimentatie geleidelijk werd verminderd over een periode van elf jaar, met uitsluiting van wettelijke indexering en zonder verlengingsmogelijkheid na afloop. Het hof motiveerde dat een onmiddellijke beëindiging te ingrijpend zou zijn gezien de gezondheid en arbeidsmogelijkheden van de vrouw, en dat de vrouw vanaf 1990 in redelijkheid had kunnen reserveren voor haar oudedagsvoorziening.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze afbouwregeling, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad benadrukte de hoge motiveringseisen die gelden bij beëindiging van alimentatie en oordeelde dat het hof deze eisen had nageleefd door alle relevante omstandigheden mee te wegen. De afbouwregeling werd als een redelijke overgangsmaatregel gezien die de vrouw de gelegenheid geeft zich aan te passen aan de gewijzigde situatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afbouwregeling en beëindiging van de alimentatieverplichting per 1 september 2011.