ECLI:NL:PHR:2003:AF8841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over correctie van afschrijvingen bij vaststelling alimentatie na echtscheiding
In deze zaak stond centraal de vraag of het hof bij de vaststelling van de alimentatieverplichting van de man aan de vrouw terecht geen rekening hield met afschrijvingen op goodwill en onroerende zaken. Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en gescheiden. De vrouw vorderde een bijdrage in haar levensonderhoud, de man betwistte zowel haar behoefte als zijn draagkracht.
De rechtbank had de man een bijdrage van fl. 3.000,- per maand opgelegd, het hof verlaagde dit tot € 1.165,- per maand. Het hof hield geen rekening met afschrijvingen op goodwill en onroerende zaken omdat niet was aangetoond dat deze noodzakelijk waren en omdat sprake was van waardestijging van het onroerend goed. De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte deze posten buiten beschouwing liet, omdat de afschrijvingen samenhingen met daadwerkelijke lasten en vermogensvermindering.
De Hoge Raad bevestigde dat afschrijvingen alleen in aanmerking genomen moeten worden als zij gepaard gaan met daadwerkelijke reserveringen of uitgaven. Daarnaast kan het redelijk zijn afschrijvingen op betaalde goodwill buiten beschouwing te laten als daar tegenover een uitzicht op toekomstige ontvangsten staat. De klachten van de man over de afschrijvingen faalden grotendeels, evenals zijn klachten over de beoordeling van de behoefte van de vrouw en de belangenafweging met het nieuwe gezin van de man.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak voor hernieuwde behandeling. De uitspraak verduidelijkt de criteria voor het meewegen van afschrijvingen bij de vaststelling van alimentatie en benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling.