ECLI:NL:PHR:2003:AI0344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen eindvonnis mogelijk ondanks grieven alleen tegen tussenvonnis
In deze zaak stond centraal de vraag of een appellant in hoger beroep kan worden ontvangen wanneer hij uitsluitend grieven richt tegen een tussenvonnis en niet tegen het eindvonnis zelf. De zaak betrof een geschil tussen een opdrachtgever en een makelaar over de verschuldigde courtage voor de verkoop van een woning. De kantonrechter had in een tussenvonnis het verweer van de appellant verworpen en de makelaar opgedragen te bewijzen dat de woning voor het einde van de opdracht was verkocht. In het eindvonnis werd de vordering van de makelaar toegewezen.
De appellant was in hoger beroep gekomen tegen het eindvonnis, maar richtte zijn grieven alleen tegen het tussenvonnis. De rechtbank verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen grieven tegen het eindvonnis waren gericht. De Hoge Raad oordeelde dat het tussenvonnis en het eindvonnis als één geheel moeten worden beschouwd, tenzij het tussenvonnis een deelvonnis is. Hierdoor kan een appellant ook alleen tegen het tussenvonnis grieven richten in hoger beroep tegen het eindvonnis.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Hiermee werd bevestigd dat het ontbreken van grieven tegen het eindvonnis geen reden is om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren indien het tussenvonnis geen deelvonnis betreft.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis rechtbank en verwijst zaak naar gerechtshof wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep.