ECLI:NL:PHR:2003:AI0806
Parket bij de Hoge Raad
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in WOZ-cassatiezaak
Belanghebbende, gebruiker van een onroerende zaak, diende bezwaar in tegen de vastgestelde WOZ-waarde door de Gemeentebelastingen Amsterdam. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij het Hof, werd cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Belanghebbende verzocht wraking van alle leden van de Hoge Raad wegens vermeende onpartijdigheid en procedurele bezwaren.
De Hoge Raad oordeelde dat wraking slechts kan worden gericht tegen specifieke rechters die betrokken zijn bij de zaak en dat een wraking van het gehele college niet mogelijk is. Het verzoek was niet schriftelijk en gemotiveerd ingediend door een advocaat, maar dit stond de ontvankelijkheid niet in de weg gezien de bijzondere procesregels in fiscale cassatiezaken.
De Hoge Raad stelde dat het wrakingsverzoek onvoldoende concrete feiten bevatte die de onpartijdigheid van de betrokken raadsheren konden aantasten. Ook werd bevestigd dat verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat in cassatie niet in strijd is met het EVRM. Het wrakingsverzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor leden die niet tot de zetel behoorden en afgewezen voor de overige leden.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad grotendeels niet-ontvankelijk en voor het overige afgewezen.