ECLI:NL:PHR:2003:AI0859
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsverzekering en uitleg ziektebegrip bij pijnsyndroom fibromyalgie
Eiseres, voormalig eigenaresse van speciaalzaken, sloot eind 1984 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij Amersfoortse Algemene Verzekeringmaatschappij. Zij meldde zich in november 1985 arbeidsongeschikt wegens pijnklachten die later werden vastgesteld als fibromyalgie, een chronisch pijnsyndroom zonder objectief vaststelbare afwijkingen. Amersfoortse weigerde uitkering na november 1986 op grond dat fibromyalgie geen ziekte zou zijn in de zin van de polis.
De procedure duurde ruim tien jaar, met meerdere tussenvonnissen en deskundigenonderzoeken. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten gaven uiteenlopende oordelen over de mate van arbeidsongeschiktheid, variërend van 25% tot 100%. Het Hof Amsterdam stelde uiteindelijk het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 50%, mede gelet op het feit dat eiseres haar klachten niet simuleert of aggreveert.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Amersfoortse en bevestigde dat het begrip ziekte in de polis moet worden uitgelegd conform het algemene spraakgebruik, waarbij fibromyalgie als ziekte kan worden aangemerkt. Tevens erkende de Hoge Raad de vrijheid van de rechter om een eigen gemotiveerd oordeel te vormen bij uiteenlopende deskundigenstandpunten. De procedure werd als te lang beschouwd, waardoor het betaalde griffierecht werd terugbetaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt vastgesteld op 50%.