ECLI:NL:PHR:2003:AJ9981
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzet en cassatie bij faillietverklaring en toepassing van pauliana in arbeidsovereenkomst
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin SUH Stenen uit Hurwenen B.V. in staat van faillissement werd verklaard. De curator van de failliet verklaarde werknemer vorderde doorbetaling van Ziektewetuitkeringen door SUH, welke niet waren doorbetaald aan de werknemer. De rechtbank wees het faillissementsverzoek af, maar het hof vernietigde dit en sprak het faillissement uit.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer de vraag of een derde-schuldeiser of belanghebbende verzet moet instellen bij het gerechtshof tegen een faillietverklaring die door het hof is uitgesproken. De Raad bevestigde dat verzet bij het hof moet worden ingesteld en dat cassatie pas mogelijk is na afwijzing van dat verzet door het hof. Daarnaast werd het beroep op pauliana (vernietiging van benadelende rechtshandelingen) op een beding in de arbeidsovereenkomst tussen SUH en de werknemer bevestigd, waarbij het hof oordeelde dat het beding neerkwam op een afstand van recht zonder tegenprestatie, wat de schuldeisers benadeelde.
Verder werd vastgesteld dat de curator bevoegd is om vorderingen tot doorbetaling van Ziektewetuitkeringen namens de failliete werknemer in te stellen en dat deze vorderingen niet verjaard zijn. Ook het bestaan van steunvorderingen van de belastingdienst werd bevestigd. Het hof had voldoende gemotiveerd dat aan de voorwaarden voor faillietverklaring was voldaan, waaronder het feit dat SUH haar schulden niet betaalde.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de verzoekster niet-ontvankelijk wegens het niet instellen van verzet bij het hof en verwierp het cassatieberoep van SUH. Hiermee werd het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard en het cassatieberoep van SUH wordt verworpen, waarmee het faillissement van SUH wordt bevestigd.