ECLI:NL:PHR:2003:AK3694
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling billijke vergoeding voor openbaarmaking muziek via kabelkranten volgens Wet naburige rechten
Deze zaak betreft de cassatieprocedure tussen Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten (Sena) en de Vereniging Nederlandse Kabelkrant Pers (NKP) over de vaststelling van de billijke vergoeding ex artikel 7 van Pro de Wet op de naburige rechten (WNR) voor het openbaar maken van muziek via kabelkranten.
De rechtbank te 's-Gravenhage had vastgesteld dat de vergoeding berekend moet worden naar 0,28% van de netto gefactureerde reclame-inkomsten over de periode 1 juli 1993 tot en met 31 december 2000. Hierbij werd rekening gehouden met een aftrek voor productie- en verwervingskosten en een correctie voor het aandeel niet-Rome-muziek, waarvoor geen vergoeding verschuldigd is. Sena was aangewezen als exclusieve incasso-organisatie volgens artikel 15 WNR Pro.
In cassatie werd onder meer betwist of de rechtbank terecht het basistarief had vastgesteld, of de bewijslastverdeling omtrent het aandeel Rome-muziek correct was, en of de rechtbank voldoende motivering had gegeven voor haar oordeel over de hoogte van de vergoeding en de aftrekposten. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast voor het aandeel Rome-muziek bij Sena ligt, dat een evenredige verlaging van het basistarief moet plaatsvinden indien het aandeel Rome-muziek lager is dan 75-80%, en dat de rechtbank terecht het forfaitaire systeem van Sena niet onverkort heeft toegepast. Ook werd bevestigd dat de vergoeding alleen verschuldigd is voor Rome-muziek en dat de rechtbank terecht geen omkering van de bewijslast heeft toegepast, mede omdat NKP playlists had overgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar motivering voldoende had gegeven, dat het hof geen bindende eindbeslissing had gegeven over de bewijslastverdeling, en dat de vaststelling van het tarief binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de rechter valt. De uitspraak bevestigt de toepassing van het internationale Verdrag van Rome en de nationale wetgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële gevolgen van de invoering van de WNR en de praktische uitvoerbaarheid van de incasso.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vaststelling van een billijke vergoeding van 0,28% van de netto gefactureerde reclame-inkomsten met correcties voor kosten en aandeel Rome-muziek.