Conclusie
1.Feiten
‘All Music’) en Tel Sell een overeenkomst gesloten, die mede is ondertekend door [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), de dochter van de toenmalige eigenaresse van Tel Sell. In deze overeenkomst (hierna: de Tel Sell-overeenkomst) is onder meer het volgende opgenomen:
2.Procesverloop
3.Juridisch kader
zelfafspraken kunnen maken met de gebruiker van een (reproductie van een) voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram over de billijke vergoeding in de zin van art. 7 WNR Pro, of dat Sena hier een exclusieve bevoegdheid toekomt.
‘de activiteit van de uitvoerend kunstenaar als zodanig’(art. 1 onder Pro l jo. art. 1 onder Pro a WNR). De exclusieve exploitatierechten [12] van de uitvoerend kunstenaar ten aanzien van zijn uitvoering zijn opgenomen in art. 2 WNR Pro. Op grond van het eerste lid van deze bepaling heeft de uitvoerend kunstenaar
‘het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor’: [13]
‘het uitzenden, het heruitzenden, het beschikbaar stellen voor het publiek of het op een andere wijze openbaar maken van een uitvoering of een opname van een uitvoering of een reproductie daarvan’(recht tot immateriële openbaarmaking [14] ).
iedere opname van uitsluitend geluiden van een uitvoering of andere geluiden’. De in art. 6 WNR Pro opgesomde exclusieve (exploitatie)rechten van de fonogrammenproducent komen grotendeels overeen met die van de uitvoerend kunstenaar. Op grond van het eerste lid van deze bepaling heeft de producent het
‘uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor’a) het reproduceren van een door hem vervaardigd fonogram, alsmede voor b) de verspreiding en c) de immateriële openbaarmaking van een door hem vervaardigd fonogram of een reproductie daarvan. [15]
‘uitsluitend recht om toestemming te verlenen’, waarover art. 2 en Pro art. 6 WNR Pro spreken, impliceert dus mede het recht om de in deze bepalingen genoemde handelingen te verbieden. [16] Het zonder toestemming verrichten van de bewuste handelingen is ongeoorloofd en de rechthebbende kan een verbodsactie instellen tegen derden die zijn toestemming niet hebben verkregen. [17]
Een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of een reproduktie daarvan kan zonder toestemming van de producent van het fonogram en de uitvoerende kunstenaar of hun rechtverkrijgenden worden uitgezonden, heruitgezonden of op een andere wijze openbaar gemaakt, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Het in het eerste volzin bepaalde is niet van toepassing op het beschikbaar stellen voor het publiek van een dergelijk fonogram.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram mede begrepen een fonogram dat beschikbaar wordt gesteld voor het publiek.
Bij gebreke van overeenstemming over de hoogte van de billijke vergoeding is de rechtbank Den Haag in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd om op vordering van de meest gerede partij de hoogte van de vergoeding vast te stellen.
De vergoeding komt toe aan zowel de uitvoerende kunstenaar als de producent of hun rechtverkrijgenden en wordt tussen hen gelijkelijk verdeeld.
‘hetzij tussen partijen zijn overeengekomen, hetzij – indien geen overeenstemming wordt bereikt – bij rechterlijke beslissing worden vastgesteld’. Wordt geen overeenstemming bereikt of wordt de billijke vergoeding niet voldaan, dan kan de rechthebbende een verbodsrecht instellen. De inning van de billijke vergoeding kan alleen geschieden door Sena, [27] aldus de memorie van toelichting bij art. 7 WNR Pro. [28]
‘het beheer van het recht op een billijke vergoeding kan worden toevertrouwd aan maatschappijen voor collectieve belangenbehartiging die auteurs of uitvoerend kunstenaars vertegenwoordigen’. Het is aan de lidstaten overgelaten om te beslissen of en in hoeverre dit collectief beheer verplicht wordt gesteld (lid 4). [36] Art. 5 lid 3 van Pro de Verhuurrichtlijn houdt dus expliciet een keuzemogelijkheid in voor de lidstaten om al dan niet tot collectief beheer over te gaan.
2.1 Nut van collectief beheer
Van overheidswege wordt thans toezicht uitgeoefend op de vereniging BUMA en de zogenaamde eigen-recht-organisaties, welke laatste bij uitsluiting zijn aangewezen tot het innen en verdelen van vergoedingen voor gebruik van werken en prestaties (de stichtingen Reprorecht, Thuiskopie, SENA en Leenrecht). Voor ieder van deze vijf beheersorganisaties bestaat een eigen regeling van het toezicht. Toezicht is in de eerste plaats wenselijk omdat deze organisaties op het gebied van het vergoedingenbeheer een op de wet gebaseerde monopoliepositie innemen. In de tweede plaats is toezicht wenselijk omdat bij eigen-recht-organisaties aan de rechthebbenden de mogelijkheid is ontnomen hun rechten zelfstandig uit te oefenen.
(…).”
‘met uitsluiting van anderen’is belast met de inning en verdeling van de ingevolge art. 7 WNR Pro verschuldigde billijke vergoeding. Uit de tweede volzin van art. 15 lid 1 WNR Pro blijkt dat Sena de rechthebbenden op een drietal terreinen in en buiten rechte vertegenwoordigt, te weten voor wat betreft de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding, de inning van deze vergoeding en de uitoefening van
‘het uitsluitend recht’.
‘de innings- en repartitie-organisatie’(Sena). Daarbij is erop gewezen dat in het kader van de destijds nog in te voeren thuiskopievergoeding, was voorgesteld om de tariefstelling te laten geschieden door een afzonderlijke rechtspersoon waarin zowel rechthebbenden als betalingsplichtigen participeren (thans: de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoedingen, kortweg: SONT). [59]
De leden van de G.P.V.-fractie meenden dat de benaming «incasso-organisatie» voor de in dit artikel bedoelde rechtspersoon te beperkt is. Immers, deze rechtspersoon voert de in artikel 6 bedoelde Pro onderhandelingen, roept eventueel het oordeel van de rechtbank in over de hoogte van de vergoeding en heeft vervolgens tot taak de inning van de vergoeding en de verdeling van de geïnde vergoedingen aan de hand van een door hem opgesteld reglement.
inning en verdelingvan de billijke vergoeding, maar dat zij ook degene is die moet
onderhandelenmet gebruikers over de
hoogtevan de billijke vergoeding.
uit hoofde van artikel 7 WNR Pro, met inbegrip van (secundaire) openbaarmaking per kabel, alsmede die
welke voortvloeien uit artikel 12 van Pro de Conventie van Rome van 26 oktober 1961 (Trb. 1986, 182) of uit andere internationale overeenkomsten betreffende vormen van openbaarmaking als omschreven in artikel 7 WNR Pro, waar Nederland partij bij is,
indien en voorzover Sena de bevoegdheid daartoe niet rechtstreeks aan artikel 15 WNR Pro ontleent.”Dit kan in het onderhavige geval geen verband houden met het hiervoor genoemde keuzerecht van rechthebbenden, omdat dat samenhangt met de Wtgcb en in geval van het vergoedingsrecht van art. 7 WNR Pro uitsluitend betrekking heeft op de mogelijkheid dat rechthebbenden een cbo in een andere lidstaat kunnen machtigen (zie hiervoor onder 3.24-3.25). [66] De overeenkomsten dateren immers van ruim vóór de inwerkingtreding van de Wtgbc.
‘een juist evenwicht kan worden bereikt tussen het belang van de uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen om een vergoeding te ontvangen voor de uitzending van een bepaald fonogram en het belang van derden om dit fonogram onder redelijke omstandigheden te kunnen uitzenden’. [90] Het HvJEU voegt hieraan toe dat de billijkheid van de vergoeding, die een tegenprestatie vormt voor het gebruik van een commercieel fonogram, (met name [91] ) moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de waarde van dit gebruik in het handelsverkeer. [92]
Sena/NOSvervolgens tot volgende oordeel over het door het hof Den Haag gehanteerde berekeningsmodel: [93]
Sena/NOS). [95] In art. 2l lid 2 Wtgcb worden, op niet-limitatieve wijze, [96] de volgende toetsingscriteria genoemd voor een ‘passende vergoeding’: [97]
Onderdeel 1: bevoegdheid rechthebbenden om zelf afspraken te maken over de billijke vergoeding?
verplichtcollectief beheer, zodat rechthebbenden de bevoegdheid missen om op individuele basis een afspraak te maken over de billijke vergoeding. Sena vertegenwoordigt de rechthebbenden collectief wat betreft de vaststelling en inning van de billijke vergoeding en is daartoe op grond van de wet als eigen-recht-organisatie met uitsluiting van ieder andere bevoegd, aldus de klacht. Het onjuiste uitgangspunt van het hof, dat AMP c.s. en Tel Sell zelf een billijke vergoeding konden afspreken, komt ook terug in rov. 3.2, 5.4-5.5, 5.8-5.10.
‘met uitsluiting van anderen’met de inning en verdeling van de op grond van art. 7 WNR Pro verschuldigde billijke vergoeding is belast. Dat Sena aldus in ieder geval ten aanzien van de
inning en verdelingvan de billijke vergoeding over een wettelijk monopolie beschikt, en in zoverre sprake is van verplicht collectief beheer, staat niet ter discussie. Dat dat het geval is, blijkt ook uit onmiskenbaar uit de hiervoor aangehaalde passages uit de parlementaire geschiedenis (zie hiervoor onder 3.32 en 3.33). De vraag is of dit exclusieve mandaat van Sena zich óók uitstrekt tot de
vaststellingvan de hoogte van de billijke vergoeding.
nietexclusief/privatief van aard.
inningvan de billijke vergoeding, zou zo’n uitleg ertoe leiden dat in de eerste volzin van art. 15 lid 1 WNR Pro sprake is van de inning van de billijke vergoeding door Sena
metuitsluiting van anderen, en in de tweede volzin van vertegenwoordiging ten aanzien van (de vaststelling van de hoogte van de vergoeding en) de inning van de billijke vergoeding
zonderuitsluiting van anderen.
Sena/NOSover de criteria voor het vaststellen van de billijke vergoeding (zie 3.52): [100]
alleen Senain de positie verkeert om de vergoeding voor het in art. 7 lid 1 WNR Pro bedoelde gebruik van commerciële fonogrammen te bepalen. Dit impliceert dat individuele rechthebbenden zelf daarover geen afspraken kunnen maken.
“exclusief laat staan privatief” vertegenwoordigt. [106] Visser lijkt deze uitleg, evenals het hof in de onderhavige zaak, te baseren op het ontbreken van de woorden ‘met uitsluiting van anderen’ in de tweede volzin van art. 15 lid 1 WNR Pro. Zoals gezegd, lijkt die uitleg mij niet juist. Verder betoogt Visser dat het vergoedingsrecht van art. 7 WNR Pro niet van toepassing is wanneer een uitvoerende kunstenaar of een fonogrammenproducent toestemming heeft verleend voor het openbaar maken van een commercieel fonogram. Art. 15 WNR Pro blijft in dat geval ook buiten beeld (en daarmee ook Sena). Het is derhalve mogelijk voor rechthebbenden om onder (van die van Sena afwijkende) financiële voorwaarden
toestemmingte verlenen voor het openbaar maken van commerciële fonogrammen, aldus steeds Visser. [107] Daarbij wijst hij erop dat de formuleringen van art. 7 en Pro art. 15 WNR Pro (in mijn woorden) niet goed op elkaar aansluiten. Dit omdat volgens art. 7 WNR Pro het verbodsrecht en de aanspraak op een billijke vergoeding berusten bij de individuele rechthebbenden, terwijl art. 15 WNR Pro de inning, verdeling en vaststelling van de billijke vergoeding alsmede ‘de uitoefening van het uitsluitend recht’ aan Sena toekent, maar daarin geen koppeling wordt gemaakt naar art. 7 WNR Pro. Laatstgenoemde kwestie die Visser aansnijdt, komt in deze zaak slechts aan de orde in rov. 5.15, waarin het hof de stelling van RTL bespreekt dat in de Tel Sell-overeenkomst toestemming is verleend voor het gebruik van de ‘[A]’-Opname en dat de vergoedingsaanspraak van art. 7 WNR Pro derhalve niet van toepassing is. [108] Dat is een andere kwestie dan de door onderdeel 1 aan de orde gestelde kwestie of de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding exclusief bij Sena ligt.
‘tussen partijen [moet] zijn overeengekomen’, waarbij de toelichting, gelet op het ontbreken van verwijzingen naar art. 15 WNR Pro, met ‘partijen’ het oog lijkt te hebben op de rechthebbende en de betalingsplichtige. [110] De toelichting op art. 7 WNR Pro staat dus vrijwel volledig in de sleutel van de rechthebbende zelf, terwijl in de toelichting bij art. 15 WNR Pro is vermeld dat Sena met de betalingsplichtigen zal onderhandelen over de hoogte van de billijke vergoeding en bevoegd is tot het instellen van een verbodsactie (zie 3.33-3.37). Omgekeerd wordt in de toelichting bij art. 15 WNR Pro niet gewezen op de rol die de toelichting op art. 7 WNR Pro aan de rechthebbende toebedeelt. In deze onvolkomenheden zie ik echter geen aanwijzing dat art. 15 lid 1 WNR Pro zo moet worden uitgelegd, dat individuele rechthebbenden zelf, buiten Sena om, met gebruikers kunnen contracteren over de billijke vergoeding.
‘bijgevolg (…) buiten het exclusieve mandaat [valt] waarover Sena op grond van de aanwijzing ingevolge artikel 15 van Pro de Wet op de naburige rechten beschikt’. Daarbij wordt tevens gesproken van het
‘exploitatiemonopolie’van Sena. [113] In de toelichting op het door de implementatiewet gewijzigde art. 7 lid 1 WNR Pro, werd eerder al opgemerkt dat uitoefening van het vergoedingsrecht
‘exclusief [is] opgedragen aan de incasso-organisatie van artikel 15 [WNR]’. [114]
collectief beheer wettelijk verplicht is in geval van (onder meer) openbaar maken van commerciële fonogrammen(zie onder 3.26). De rechthebbende kan in een dergelijk geval niet met een beroep op art. 2a lid 2 Wtgcb kiezen voor individueel beheer (zie onder 3.24-3.25). [115]
a contrarioworden afgeleid dat de Europese regelgever ten aanzien van het vergoedingsrecht van art. 8 lid 2 Verhuurrichtlijn Pro geen collectief beheer wilde, zoals RTLstelt. [121] Daaruit blijkt alleen dat voor wat betreft art. 9 lid 1 SatKabRichtlijn Pro een uitzondering geldt op het algemene uitgangspunt dat de Europese regelgever (en de Conventie van Rome) niet dwingen tot verplicht collectief beheer, maar dat overlaten aan het nationale recht (zie onder 3.20).
tweede klacht van subonderdeel 1.1houdt in dat het hof in rov. 5.8 miskent dat een gebruiker de billijke vergoeding van art. 7 WNR Pro uitsluitend aan Sena bevrijdend kan betalen.
5.Onderdeel 2: grenzen rechtsstrijd
opnemenvan een nieuwe versie van een bestaande compositie. Hetzelfde geldt voor wat er in de pleitnotities in eerste aanleg is opgemerkt (onder 2.1).
Kortom, van de zijde van Tel Sell wordt steevast gesteld dat de bedoeling van partijen met de [Tel Sell-overeenkomst] was dat er door Tel Sell ‘rechtenvrije’ muziek werdaangekocht, waarbij dus niet alleen auteursrechten maar tevens ook naburige rechten wordenverworven(…).” Wat Sena daarna schrijft is moeilijk anders te zien dan als een steunbetuiging aan dit standpunt, zij het dat het zoals gezegd niet uitmunt in duidelijkheid. In ieder geval is daarin níet te lezen dat Sena zich op het standpunt wilde stellen dat de Tel Sell-overeenkomst tot doel had om een billijke vergoeding op de voet van art. 7 WNR Pro overeen te komen. Ook elders is dat niet te lezen in de stellingen van Sena.
dat het hof de Overeenkomst iets anders heeft uitgelegd’ (s.t. onder 1.9).
3.6 (…) Overigens vallen de bij (i) en (ii) vermelde stellingen van RTL ook binnen het door de grieven van SENA ontsloten gebied, wat stelling (ii) betreft, blijkt dit uit rov. 3.3, voor stelling (i) geldt dat het beroep dat SENA in haar grief 1 heeft gedaan op ‘rechtenvrije’ verkrijging alleen doeltreffend kan zijn als die ‘rechtenvrije’ verkrijging ook ten gunste van de opvolgers van Tel Sell B.V. werkt, zodat een stelling van die strekking in SENA’s grief 1 besloten ligt.”
‘een stelling van die strekking’besloten ligt. Tegen deze uitleg is geen klacht gericht.
de [Tel Sell-overeenkomst] voorziet in nabuurrechtelijke toestemming voor uitzending van de ‘[A]’-Opname door Tel Sell B.V., Suerte B.V. en LM Products B.V’. Deze klacht is kennelijk gebaseerd op de regel dat de rechter een vordering in beginsel niet kan toewijzen of afwijzen op gronden die door een gevoegde partij zijn aangevoerd, maar door de partij aan wiens zijde de voeging plaatsvond, zelf niet konden worden ingeroepen. [126] Het uitgangspunt van de klacht is echter niet juist. Dat stelling (i) onderdeel uitmaakt van bedoeld standpunt van RTL en stelling (ii) (onder meer) in de context van dit standpunt is betrokken (vgl. rov. 3.5), doet er niet aan af dat deze stellingen als zodanig (verder) losstaan van het standpunt van RTL. Het gaat om zelfstandige stellingen, die Sena zelf ook had kunnen aanvoeren en naar het oordeel van het hof in rov. 3.6 ook heeft aangevoerd. Hierop stuit ook de tweede klacht van subonderdeel 2.4 af.
RTLniet in strijd zijn te achten met de stellingen van Sena en vallen binnen het door de grieven van Sena ontsloten gebied.
6.Onderdeel 3: gevolgen voor repartitie
‘volgens Sena’en
‘zo heeft Sena toegelicht’, en het feit dat het hof pas in rov. 4.1 e.v. overgaat tot een (inhoudelijke) behandeling van het principaal appel, lijkt het erop dat rov. 3.9 slechts een weergave van stellingen van Sena inhoudt, en dus niet een eigen oordeel van het hof. In dat geval kan het onderdeel reeds hierom niet slagen.
7.Onderdeel 4
8.Onderdeel 5: uitleg Tel Sell-overeenkomst
‘hier relevante uitzendrechten’. In zoverre is ook het oordeel van het hof in de laatste volzin van rov. 5.6 onvoldoende gemotiveerd.
vervaardigen van een fonogramvan een uitvoering van het werk ‘[A]’ door AMP. In de overeenkomst wordt slechts gesproken over ‘het vervaardigen van een aantal uitvoeringen’ van het werk [A] (art. 2.2) en ‘aangeleverde uitvoeringen’ (art. 3.1 en 3.2). Een vergoeding voor dergelijke
werkzaamhedenkan niet worden aangemerkt als een billijke vergoeding in de zin van art. 7 WNR Pro, omdat die vergoeding ziet op het
uitzenden, heruitzenden of op andere wijze openbaar makenvan een commercieel fonogram. Het is dan ook niet begrijpelijk dat het hof oordeelt dat de afgesproken vergoeding is bedoeld als een vergoeding voor naburige rechten.
er behoefte aan heeft om muziekwerken (…) te gebruiken (…) terzake waarvan op deze werken geen Buma/Stemra auteursrecht rust’. Hierin is geen verwijzing opgenomen naar naburige rechten. Ook tegen die achtergrond is niet begrijpelijk hoe het hof in rov. 5.4 tot het oordeel komt dat met de in art. 2.2 omschreven werkzaamheden, ‘
klaarblijkelijk wordt bedoeld: ‘het (doen) vervaardigen van (een) fonogram(men)geluidsopname(n) van uitvoeringen’.
auteursrechtelijke exploitatievan het werk.
Senazijn ingenomen; de motiveringsklacht van subonderdeel 5.4 kan dan ook niet slagen voor zover deze inhoudt dat de stellingen (i) en (ii) ten onrechte niet zijn behandeld. Wat er verder nog bij het subonderdeel wordt aangevoerd kan onbesproken blijven.
9.Onderdeel 4: positie Tel Sell
subonderdeel 4.1is het oordeel van het hof in rov. 4.1, onder b, dat het Tel Sell is die uitzendt in de zin van art. 7 WNR Pro, onjuist. Aangevoerd wordt dat de Verhuurrichtlijn en de WNR niet een regel bevatten dat de billijke vergoeding rechtstreeks door de gebruiker moet worden betaald, maar ruimte laten voor een vergoedingssysteem waarbij een collectieve beheersorganisatie de vergoeding forfaitair incasseert en naar ratio van het werkelijk gebruik verdeelt.
subonderdeel 4.2wordt betoogd dat het hof in rov. 4.1, onder b in strijd met art. 7 WNR Pro aanneemt dat, in de woorden van het subonderdeel,
‘de vergoeding door Tel Sell B.V. moet worden uitgekeerd omdat Tel Sell B.V. het Fonogram ‘gebruikt’. Daarmee miskent het hof dat vergoedingsplichtig in de zin van art. 7 WNR Pro degene is die de uitzendhandeling verricht of daarvoor verantwoordelijk is. Volgens het subonderdeel kan uit de gedingstukken niet worden afgeleid dat dit Tel Sell was en waren partijen het erover eens dat de uitzendhandeling door RTL wordt verricht. AMP c.s. heeft ook niet het in rov. 4.1, onder b, genoemde standpunt ingenomen dat het Tel Sell is die uitzendt in de zin van art. 7 WNR Pro.
10.Onderdeel 6: akte-vereiste
11.Onderdeel 7: gebondenheid [eiser 2]
12.Onderdeel 8: billijke vergoeding
13.Onderdeel 9: cessie GZAV-recht
14.Onderdeel 10: proceskosten
15.Bespreking van het voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel
‘ten overvloede’de stelling van RTL dat geen billijke vergoeding is verschuldigd, omdat AMP c.s. in de Tel Sell-overeenkomst toestemming heeft verleend voor het gebruik van de ‘[A]’-Opname. Het hof overweegt, onder verwijzing naar art. 8 lid 2 Verhuurrichtlijn Pro en jurisprudentie van het HvJEU, dat art. 7 WNR Pro de uitvoerend kunstenaar en de fonogrammenproducent geen verbodsrecht maar een ‘recht van vergoedende aard’ toekent. Zij hebben dus ook niet het recht toestemming te verlenen voor het (her)uitzenden of op andere wijze openbaar maken van een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram. Dit brengt met zich dat de door art. 7 WNR Pro bedoelde billijke vergoeding ook dan verschuldigd is, wanneer de rechthebbende toestemming heeft gegeven voor – in dit geval – het uitzenden van een commercieel fonogram. De stelling van RTL wordt door AMP c.s. dan ook terecht bestreden, aldus steeds het hof.
mettoestemming van de rechthebbende wordt uitgezonden, heruitgezonden of op een andere wijze openbaar gemaakt. De regeling van art. 7 WNR Pro ziet immers uitsluitend op het openbaar maken van (een reproductie van) een commercieel fonogram
zonderdeze toestemming. Voor zover het hof in rov. 5.9 (of elders) eveneens van de bestreden rechtsopvatting is uitgegaan, is dat oordeel op dezelfde gronden onjuist, aldus steeds het onderdeel.