ECLI:NL:PHR:2003:AM2310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen misbruik van bevoegdheid bij arbitrale procedure en afwijzing bewijsaanbod
Eisers, eigenaar van een pand, stelden Schomo BV aansprakelijk voor constructieve schade veroorzaakt door bouwwerkzaamheden. In een arbitrale procedure werd [verweerder] benoemd tot arbiter om het geschil te beslechten. Na een uitgebreide procedure wees de arbiter een vonnis dat door eiser werd aangevochten wegens vermeende partijdigheid en schending van het hoor en wederhoor-beginsel.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van eiser af, waarbij het hof oordeelde dat zelfs indien de arbiter buiten aanwezigheid van eiser met een deskundige had gesproken, dit geen invloed had op de uitkomst van het vonnis. Het bewijsaanbod van eiser werd daarom als niet ter zake dienend gepasseerd.
In het incidentele cassatieberoep stelde verweerder dat eiser misbruik maakte van zijn bevoegdheid door de procedure te starten, omdat de vordering kansloos was en reeds in eerdere procedures was aangevoerd. De Hoge Raad verwierp dit verweer en benadrukte dat zelfs bij geringe kans op succes een vordering niet zonder meer als misbruik van bevoegdheid kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de motiveringen van het hof toereikend waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arbitraal vonnis en de daarop volgende uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen schending van fundamentele rechtsbeginselen en geen misbruik van bevoegdheid door eiser.