ECLI:NL:PHR:2004:AO1990
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging omgangsrecht vader wegens bedreigingen en belangen kind
De zaak betreft een verzoek van een vader tot cassatie tegen de beslissing van het hof Amsterdam, dat het omgangsrecht van de vader met zijn minderjarige zoon heeft ontzegd. De vader had zijn zoon erkend, maar de moeder was belast met het ouderlijk gezag en woonde met het kind op een geheim adres vanwege bedreigingen door de vader.
De vader was gedetineerd wegens strafbare gedragingen jegens de moeder, waaronder mishandeling en belaging. De moeder had de omgangsregeling beëindigd wegens de ernstige spanningen en bedreigingen die de vader veroorzaakte, hetgeen ook de geestelijke ontwikkeling van het kind negatief beïnvloedde. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde geen omgang toe te staan zolang de vader geen therapie had gevolgd.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een dusdanige verstoorde verstandhouding en spanningen dat omgang in strijd was met zwaarwegende belangen van het kind. De Hoge Raad toetste slechts de begrijpelijkheid van dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de vader, bevestigend dat het belang van het kind prevaleert boven het omgangsrecht van de niet-gezagsouder.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de ontzegging van het omgangsrecht wordt bekrachtigd.