ECLI:NL:PHR:2004:AH9156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toerekening van rentekosten aan hypothecaire lening voor verbetering eigen woning
Belanghebbende verhoogde in 1997 zijn hypothecaire lening om de verbouwing van zijn eigen woning te financieren, maar gebruikte een deel van de lening tijdelijk voor de aanschaf van een auto. De feitelijke uitgaven voor woningverbetering vonden pas in 2000 plaats. De Inspecteur kwalificeerde een deel van de rente als niet aftrekbaar omdat de lening niet direct werd aangewend voor de woning.
Het Hof Arnhem oordeelde dat het directe verband tussen lening en uitgaven niet vereist is en dat een ruimere historische methode geldt, waarbij het vermogen als geheel wordt beschouwd. Het tijdsverloop en tijdelijke aanwending voor andere doeleinden leiden niet tot wijziging van het doel van de lening.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het causaal verband tussen lening en woningverbetering voldoende duidelijk is, ook al werden de middelen niet onmiddellijk besteed. De rente over het gehele bedrag van de lening blijft aftrekbaar. Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de rente over het gehele bedrag van de hypothecaire lening blijft aftrekbaar.