ECLI:NL:PHR:2004:AN7621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening en exploitatieschade
De zaak betreft een geschil over de schadeloosstelling bij onteigening van grond in Dordrecht ten behoeve van een bestemmingsplan. De onteigende partijen, waaronder Belinog B.V. en Stichting [A], stelden aanspraak te maken op vergoeding van exploitatieschade omdat zij de grond zelf wilden ontwikkelen volgens het bestemmingsplan. De gemeente Dordrecht betwistte dit en stelde dat de aankoop van gronden na de terinzagelegging een verandering is die niet tot vergoeding leidt.
Het Hof had geoordeeld dat de onteigenden serieuze plannen hadden om de bestemming zelf te realiseren en dat de latere aankoop van gronden door Belinog en Stichting [A] niet als een te veronachtzamen verandering kon worden gezien. De gemeente stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte alle partijen over één kam scheerde en onvoldoende had gemotiveerd waarom de latere aankoop geen invloed had op de schadeloosstelling.
De Hoge Raad concludeert dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd of de aankoop van gronden na terinzagelegging een veronachtzaambare verandering is in de zin van artikel 39 van Pro de Onteigeningswet. Daarom beveelt de Procureur-Generaal vernietiging van het arrest en verwijzing voor nader feitelijk onderzoek. De criteria voor vergoeding van exploitatieschade zijn dat de onteigenden bereid en in staat waren de gronden te ontwikkelen, dat zij dat zonder onteigening ook zouden doen, en dat zij daardoor winst zouden behalen die door de onteigening verloren gaat.
De zaak benadrukt het belang van een gedegen motivering bij de beoordeling van exploitatieschade en de juridische gevolgen van veranderingen in eigendom na terinzagelegging. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder Lemmens/Roermond en Den Bosch/Neduco, voor de criteria van schadeloosstelling.
Uitkomst: Arrest van het Hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de zaak wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek.