ECLI:NL:PHR:2004:AN7640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over tenuitvoerlegging buitenlandse strafrechtelijke veroordeling in Aruba
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verlof werd verleend tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf opgelegd door een Amerikaanse rechtbank. De veroordeelde was in de Verenigde Staten veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en witwassen, en het hof stelde een straf in Aruba vast met aftrek van de tijd die in detentie was doorgebracht.
De cassatie klaagt onder meer over de kwalificatie van het feitencomplex als witwassen naar Arubaans recht, de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase en de afwijzing van het redelijke termijnverweer betreffende de duur van de vervolging in de Verenigde Staten. De Hoge Raad bevestigt dat cassatie niet openstaat tegen uitspraken waarbij het hof verlof verleent tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse strafrechtelijke beslissing.
Verder wordt bevestigd dat het vereiste van dubbele strafbaarheid zich beperkt tot de strafbaarheid van het feit en niet vereist dat de veroordeelde ook daadwerkelijk vervolgbaar zou zijn geweest in Aruba. De Hoge Raad verklaart het middel over de schending van de redelijke termijn gegrond en verbindt daaraan het gevolg dat het beroep wordt verworpen, waarbij de straf inmiddels is geëxecuteerd. De overige middelen worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het verlof tot tenuitvoerlegging van de buitenlandse gevangenisstraf in Aruba.