ECLI:NL:HR:2000:AA5530
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid Openbaar Ministerie ondanks overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Politierechter in Assen over de tenuitvoerlegging van een Deense rechterlijke beslissing tegen betrokkene. Het verweer van de raadsman was dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro, aangezien het feit dateert van 2 januari 1993 en de procedure bijna zes jaar duurde met meerdere perioden van inactiviteit.
De Politierechter oordeelde dat een periode van circa anderhalf jaar, de zogenaamde 'Deense periode', buiten beschouwing moest worden gelaten en dat het tijdsverloop niet leidde tot niet-ontvankelijkheid, mede gelet op het belang van normhandhaving en de belangen van de veroordeelde. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onjuist of onbegrijpelijk bevonden.
De Hoge Raad overwoog verder dat de vordering op 16 januari 1998 aan betrokkene was betekend, dat eerdere procedurele tekortkomingen waren hersteld, en dat het tijdsverloop in de cassatiefase geen schending van de redelijke termijn opleverde. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en laat de strafoplegging ongewijzigd. Het arrest is gewezen door raadsheren Bleichrodt, Orie en van Dorst op 18 april 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ondanks overschrijding van de redelijke termijn.