ECLI:NL:PHR:2004:AN7666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij illegaal inzetten Roemeense chauffeurs
In deze ontnemingszaak stond centraal de vraag hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend moet worden wanneer een transporteur gebruikmaakt van Roemeense chauffeurs die minder betaald worden dan volgens de CAO vereist is. Het hof had het voordeel geschat op de bespaarde kosten, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd op grond van art. 36e Sr, lid 4.
De verdachte voerde verontschuldigbare rechtsdwaling aan, stellende dat zij niet wist dat haar handelwijze in strijd was met de wet. De Hoge Raad oordeelde dat deze dwaling niet verschoonbaar was, mede omdat de verdachte jarenlang overleg had gevoerd met diverse overheidsinstanties en zich bewust was van de risico's.
Het hof had het voordeel berekend door de kosten van het illegale vervoer te vergelijken met de kosten die gemaakt zouden zijn bij legale inzet van Nederlandse chauffeurs. Deze methode werd door de Hoge Raad als juist beoordeeld, waarbij werd benadrukt dat onder voordeel ook bespaarde kosten vallen. Het beroep op een andere berekeningsmethode, gericht op exploitatie-resultaat, werd verworpen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontnemingsverplichting van € 50.338,-. De zaak illustreert de complexiteit van regelgeving rond internationaal goederenvervoer en het belang van zorgvuldige naleving daarvan.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; ontnemingsverplichting van € 50.338,- bevestigd.