ECLI:NL:PHR:2004:AN7849
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring UWV wegens ontbreken bestuursrechtelijke terugvorderingsbesluiten en procesbevoegdheid
In deze zaak vorderde het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) terugbetaling van onverschuldigd betaalde werkloosheidsuitkeringen aan een gewezen werknemer. De betwisting betrof de vraag of UWV de terugvordering via de civielrechtelijke weg mocht instellen zonder eerst bestuursrechtelijke terugvorderingsbesluiten te nemen conform artikel 21 BWOO Pro.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat UWV niet-ontvankelijk was omdat zij niet de vereiste bestuursrechtelijke terugvorderingsbesluiten had genomen en dat artikel 21 BWOO Pro een exclusieve regeling is die eerst gevolgd moet worden. Tevens werd vastgesteld dat de termijn voor terugvordering was verstreken.
In cassatie stelde de advocaat-generaal dat UWV niet ontvankelijk is omdat zij niet de juiste procespartij is; de vordering was ingesteld door USZO Diensten BV, die geen uitvoeringsinstelling was en dus geen procesbevoegdheid had. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat bestuursrechtelijke terugvorderingsbesluiten zijn genomen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart UWV niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestuursrechtelijke terugvorderingsbesluiten en procesbevoegdheid.