1 Bijlage 7 bij het beroepschrift.
2 Bijlagen 8, 9, 10 en 11 bij het beroepschrift.
3 Bijlage 13 bij het beroepschrift.
4 Bijlage 15 bij het verweerschrift.
5 Volgens telefonisch door mij bij de griffie van het Hof ingewonnen inlichtingen was de zaak daar bekend onder nummer BK-00/00971 en is het beroep op 12 maart 2002 gegrond verklaard.
6 HR 17 april 1991, BNB 1991/218.
7 U zie onder meer HR 22 juni 1921, B. 2843 (het staat de feitenrechter vrij bewijsmiddelen te aanvaarden of af te wijzen naarmate hem dit geraden voorkomt. Eveneens is hij vrij in het bepalen van de waarde die hij aan het ten bewijze aangevoerde wenst toe te kennen.); HR 22 juni 1960, 14. 271, BNB 1960/255, met noot P. den Boer; HR 24 maart 1971, 16 488, BNB 1971/84; HR 10 maart 1999, nr. 33 840, V-N 1999/16.12; HR 16 juni 1999, nr. 34 473, V-N 2002/50.4; HR 14 maart 2003, nr. 37 797, V-N 2003/19.5. Zie ook Meyjes e.a.: Fiscaal procesrecht, Deventer, 4e druk 1997, blz. 105 en 107, E.B. Pechler, Belastingprocesrecht, Fiscale Monografieën 107, Deventer, 2003, p. 147-156; M.W.C. Feteris, Formeel Belastingrecht, Fiscale Hand- en Studieboeken nr. 9, Deventer, 1999, p. 215, 217-221; R.M.P.G. Niessen-Cobben, Behoorlijk fiscaal procesrecht, Arnhem,1995, p. 165,166, 169 en 171; C.H.J. Langereis, Hoofdlijnen fiscaal procesrecht, Fiscale Studieserie nr. 7, Deventer, 1999, p.140; R.J. Koopman, Bewijslast in belastingzaken, Fiscale Monografieën nr. 78, Deventer, 1996, p. 37.
8 Feteris, t.a.p., blz. 220-221, Niessen-Cobben, t.a.p, blz. 166, en 169; R.J. Koopman, t.a.p, blz. 38.
9 HR 19 juni 1974, nr. 17 363, BNB 1974/194; HR 30 november 1977, nr. 18 588, BNB 1978/8; In deze zin bijvoorbeeld ook Meyjes c.s., t.a.p., blz. 127, en Pechler, t.a.p., p.149.
10 Zie onder meer Pechler, t.a.p., p. 148; Langereis, t.a.p., p. 139. en Feteris, t.a.p., p. 218-219.
11 Zie in dit verband bijvoorbeeld HR 18 september 1991, BNB 1991/308; HR 25 augustus 1993, BNB 1993/301; HR 3 januari 2001, BNB 2001/91; Zie ook M.J. Hamer, Het bewijsaanbod, Tijdschrift voor Formeel Belastingrecht, oktober 2000, nr. 10.
12 Verweerschrift voor het Hof, punt 18, onder het kopje "Feiten"; zie ook blz. 10 verweerschrift en conclusie van repliek, punt 4.a.
13 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen, ondertekend te 's-Gravenhage op 12 november 1951 (Trb. 1951, nr. 148), zoals gewijzigd bij overeenkomst, ondertekend te 's-Gravenhage op 22 juni 1966 (Trb. 1966, nr. 177).
14 HR 16 mei 1986 (Heesch/Van den Akker), NJ 1986, 723, met conclusie Franx en noot MS, RvdW 1986, 109.
15 HvJ EG 25 juli 1991, zaak C-208/90 (Emmott), Jur. 1991, I-4269, V-N 1992, blz. 1337.
16 Vaststellingen van de motieven van de belastingplichtige zijn van feitelijke aard (zie bijvoorbeeld HR 23 november 1977, BNB 1977/290; HR 12 oktober 1977, BNB 1977/261; HR 18 mei 1977, NB 1977/152), evenals vaststelling van de strekking van een betaling (zie bijvoorbeeld HR 12 april 1978, BNB 1978/150; HR 24 september 1975, BNB 1976/184; HR 22 mei 1974, BNB 1974/162).
17 Zie onder meer HR 22 april 1998, BNB 1998/201, en HR 13 september 2000, V-N 2000/47.19.