ECLI:NL:PHR:2004:AO1490
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling omtrent strafbaarheid mensenroof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling voor medeplegen van mensenroof, waarbij de verdediging een beroep deed op afwezigheid van alle schuld (avas) wegens dwaling omtrent de strafbaarheid van het feit. De verdachte werd veroordeeld voor het vanuit Brazilië naar Nederland voeren van een kind, hetgeen onder artikel 278 Strafrecht Pro valt volgens een eerdere uitspraak van de Hoge Raad.
De verdediging voerde aan dat verdachte in redelijkheid niet kon weten dat zijn gedraging strafbaar was, omdat de literatuur en wetsgeschiedenis dit niet duidelijk maakten. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat verdachte ten minste had moeten informeren bij een bevoegde instantie en dat er geen sprake was van verschoonbare dwaling.
De conclusie benadrukt dat voor een beroep op avas vereist is dat verdachte in verontschuldigbare onbewustheid handelde omtrent de ongeoorloofdheid van zijn gedrag, en dat dit niet het geval is wanneer men niet heeft geïnformeerd bij een gezaghebbende bron. Ook het argument dat de strafbaarheid met terugwerkende kracht werd vastgesteld, wordt verworpen omdat de jurisprudentie een geleidelijke en voorzienbare ontwikkeling van het strafrecht toelaat.
De conclusie verwijst naar relevante jurisprudentie, waaronder het EHRM-arrest Kokkinakis v. Griekenland, en benadrukt dat de wetstekst en maatschappelijke ontwikkelingen een ruimere interpretatie van artikel 278 Sr Pro rechtvaardigen. De veroordeling blijft daarmee in stand en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.