ECLI:NL:PHR:2005:AS5874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moord en bezit kinderporno met vernietiging bewijs van twee afbeeldingen
De zaak betreft een verzoeker die door het hof is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord op een minderjarige en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Het hof stelde vast dat verzoeker het slachtoffer met voorbedachte raad heeft gewurgd en dat hij meerdere afbeeldingen van seksuele gedragingen van minderjarigen in bezit had.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van voorbedachte raad, ondanks een psychische stoornis van verzoeker die zijn wil slechts in verminderde mate beïnvloedde. Het hof had voldoende bewijs voor de moord en de opzet daarvan. Ten aanzien van de kinderporno stelde de Hoge Raad vast dat twee van de afbeeldingen (foto 2 en 18) niet als seksuele gedragingen in de zin van art. 240b Sr kunnen worden aangemerkt, omdat zij niet voldeden aan het criterium van schadelijkheid voor het kind en de onnatuurlijke, leeftijdsinadequate context ontbrak.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het deze twee afbeeldingen betreft en schrapte deze uit de bewezenverklaring, zonder dat dit invloed had op de strafmaat of de kwalificatie van het overige bewijs. De overige middelen van cassatie werden verworpen. De moordveroordeling bleef in stand, evenals de overige bewezenverklaringen van kinderporno.
De uitspraak benadrukt de restrictieve en eigentijdse uitleg van het begrip seksuele gedraging en de noodzaak van schadelijkheid voor het kind als uitgangspunt bij toepassing van art. 240b Sr. De zaak illustreert de afweging tussen strafrechtelijke bescherming van minderjarigen en de grenzen van de strafwet.
Uitkomst: De moordveroordeling en straf blijven in stand, maar twee kinderpornoafbeeldingen worden uit de bewezenverklaring geschrapt.