ECLI:NL:PHR:2004:AO3873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid bestuurder en ontvankelijkheid verzoek ex art. 69 Faillissementswet
Delcon Nederland B.V. werd op 29 februari 2000 failliet verklaard, waarna een curator werd benoemd. De verzoeker was voormalig bestuurder en indirect aandeelhouder van Delcon. Na het faillissement stelde de Belastingdienst naheffingsaanslagen op wegens ontbrekende identiteitsbewijzen van werknemers, wat leidde tot een tekort van circa 3 miljoen gulden in de boedel. De curator stelde de verzoeker aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW Pro wegens onbehoorlijke taakvervulling.
De verzoeker diende een verzoek in op grond van art. 69 Fw Pro om de curator te bevelen de belastingaanslagen te verminderen en de kosten te verhalen. De curator betwistte de ontvankelijkheid van de verzoeker, stellende dat alleen schuldeisers en de gefailleerde zelf een verzoek kunnen indienen. De rechter-commissaris en rechtbank verklaarden de verzoeker niet-ontvankelijk, stellende dat hij geen schuldeiser is en dat Wero Beheer B.V., de voorlopige schuldeiser die de verzoeker vertegenwoordigt, misbruik van recht maakt.
De Hoge Raad bevestigt dat een bestuurder die aansprakelijk is gesteld ex art. 2:248 BW Pro niet als schuldeiser kan worden aangemerkt en dus niet bevoegd is op grond van art. 69 Fw Pro op te komen tegen het handelen van de curator. Tevens wijst de Hoge Raad het beroep af en bespreekt uitgebreid de beleidsvrijheid van de curator, het matigingsrecht van de bestuurder en de verhouding tussen regresrechten en aansprakelijkheid jegens de boedel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de voormalig bestuurder niet ontvankelijk is in zijn verzoek ex art. 69 Fw en wijst het cassatieberoep af.