ECLI:NL:PHR:2004:AO7000
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van aan een CAO ontleende contractsbepalingen in arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat de uitleg van artikel 4 van Pro een arbeidsovereenkomst centraal, waarin wordt verwezen naar de van kracht zijnde CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg. De werknemer vordert betaling van achterstallig salaris en vakantiegeld over perioden waarin de werkgever niet meer gebonden was aan een algemeen verbindend verklaarde CAO. De werkgever betwist deze vordering en stelt dat zij slechts gehouden is de CAO toe te passen die gold ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad bespreekt de toepasselijkheid van het Haviltexcriterium versus de objectieve uitlegmethode voor CAO-bepalingen bij de uitleg van een individuele arbeidsovereenkomst die een bepaling uit een CAO-modelcontract bevat. De Hoge Raad concludeert dat voor de uitleg van de individuele arbeidsovereenkomst het Haviltexcriterium geldt, mede omdat het beding slechts tussen partijen werkt en niet bedoeld is derden te binden.
De Hoge Raad oordeelt verder dat de verwijzing naar de van kracht zijnde CAO in de arbeidsovereenkomst niet beperkt is tot de CAO die gold bij het aangaan van de overeenkomst, maar dat de laatst algemeen verbindend verklaarde CAO van toepassing blijft totdat een nieuwe CAO van kracht wordt. De rechtbank heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom zij de vordering van de werknemer heeft toegewezen, terwijl de uitleg van artikel 4 dit Pro niet rechtvaardigt. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de arbeidsovereenkomst volgens het Haviltexcriterium moet worden uitgelegd.