ECLI:NL:PHR:2004:AO8556
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor wanprestatie bij schadevergoeding na brand
De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon ([eiser]) jegens een failliete onderneming ([betrokkene 1]) na een brand in 1978 die aanzienlijke schade veroorzaakte. De assurantietussenpersoon wordt verweten onvoldoende te hebben gedaan om de verzekeringsdekking te verhogen, waardoor de verzekeraars niet de volledige schade vergoedden.
Na een lange procedure, met meerdere vonnissen en hoger beroepen, oordeelde het hof dat de schadevergoeding gebaseerd moest worden op het taxatierapport van 1979, verminderd met de reeds uitgekeerde bedragen. Het hof verwierp het bewijsaanbod van [eiser] wegens vaagheid en het late tijdstip van indiening, mede gelet op het lange tijdsverloop en het faillissement.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de bewijslast voor het aantonen dat [betrokkene 1] de experts heeft misleid bij de schadeopgave bij [eiser] ligt. De Hoge Raad oordeelt dat het bewijsaanbod van [eiser] onvoldoende concreet was en dat het hof terecht het bewijsaanbod heeft gepasseerd. Ook de klacht over onvoldoende motivering van het afwijzen van matiging op grond van artikel 6:109 BW Pro faalt.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van een schadevergoeding aan de curator van het faillissement van [betrokkene 1].
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon voor de schadevergoeding aan de curator.