ECLI:NL:HR:1999:AA3835
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- De Savornin Lohman
- Hammerstein
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bewijsaanbod bij terugvordering verzekeringsuitkering na autodiefstal
In deze zaak vordert ABN AMRO terugbetaling van een verzekeringsuitkering die zij aan eiser heeft betaald wegens autodiefstal. De auto werd later teruggevonden, waarna ABN AMRO eiser beschuldigde van oplichting. De rechtbank stelde dat ABN AMRO de onrechtmatige daad had bewezen en wees het bewijsaanbod van eiser af. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde eiser tot betaling van een lager bedrag, maar verwierp het bewijsaanbod van eiser wegens onvoldoende specificatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte aan het bewijsaanbod van eiser de eis heeft gesteld dat het gespecificeerd moest zijn. Volgens art. 178 lid 2 Rv Pro staat het eiser vrij tegenbewijs te leveren tegen het proces-verbaal dat het hof als bewijs aanvaardde. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof onterecht vooraf een oordeel gaf over de relevantie van het bewijsaanbod, terwijl dit pas na bewijslevering aan de orde kan komen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. ABN AMRO wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.