ECLI:NL:PHR:2004:AP0424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd voor Martinair-vliegers
Deze zaak betreft de vraag of de verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd, zoals vastgelegd in de CAO voor Martinair-vliegers, in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 1 Grondwet Pro en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). De eisers, vliegers bij Martinair, stelden dat deze leeftijdsgrens geen objectieve rechtvaardiging kent en derhalve nietig is. Martinair en de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) verdedigden het beleid met het oog op doorstroming, personeelsbeleid en een betaalbaar pensioenstelsel.
De rechtbank Haarlem en de Hoge Raad bevestigden dat een leeftijdsonderscheid gerechtvaardigd kan zijn indien het een legitiem doel dient, passend is en proportioneel. De verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd werd als zodanig beoordeeld. Het beleid is gebaseerd op collectieve afspraken, waarbij de meerderheid van de vliegers is aangesloten bij de VNV. De compensatie in de vorm van een loopbaaninkomen na pensionering en de wens tot voorspelbare doorstroming werden als legitieme rechtvaardigingen erkend.
De Hoge Raad benadrukte de terughoudendheid bij toetsing van dergelijke leeftijdsontslagen, mede vanwege het maatschappelijke draagvlak en de publiekrechtelijke regelgeving die de geschiktheid van vliegers reguleert. De overgangsbepaling in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid maakt het mogelijk dat dergelijke CAO-bepalingen tot uiterlijk 2 december 2006 van kracht blijven. De vorderingen van de eisers werden afgewezen, waarmee het beleid van verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd voor Martinair-vliegers is objectief gerechtvaardigd en niet in strijd met het discriminatieverbod.