ECLI:NL:HR:2004:AP0424
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd voor Martinair-vliegers
De zaak betrof een groep van zestien Martinair-vliegers die in cassatie gingen tegen de verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd zoals vastgelegd in de CAO voor vliegers Martinair Holland N.V. De eisers stelden dat het leeftijdsonderscheid geen objectieve rechtvaardiging kende en in strijd was met artikel 1 van Pro de Grondwet en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De rechtbank en het gerechtshof hadden de vorderingen van de vliegers afgewezen. De Hoge Raad bevestigde deze uitspraken en oordeelde dat het onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd is door het legitieme doel van een regelmatige en voorspelbare doorstroming binnen het vliegerkorps. Dit doel wordt bereikt door de verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd, wat proportioneel en doelmatig is.
De Hoge Raad verwierp ook de argumenten dat de CAO-bepaling onrechtmatig was vanwege recente ontwikkelingen in de wetgeving omtrent leeftijdsdiscriminatie. Verder werd benadrukt dat de pensioenleeftijd van 56 jaar specifiek is afgestemd op de luchtvaartsector en de bijzondere regelgeving omtrent de bevoegdheid van vliegers. De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep van de vliegers tegen verplichte pensionering op 56-jarige leeftijd wordt verworpen en de CAO-bepaling blijft van kracht.