ECLI:NL:PHR:2004:AP8341
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vereisten aan strafmotivering bij oplegging gevangenisstraf en voeging strafzaken
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift tot vier maanden gevangenisstraf.
Verdediging voerde aan dat de strafzaak in eerste aanleg gevoegd was behandeld met een andere zaak, waarbij reeds de maximale straf was opgelegd, zodat geen hogere straf mocht volgen. Het hof oordeelde echter dat uit het proces-verbaal van de politierechter geen sprake was van voeging van de zaken, en verwierp het strafmaatverweer.
Verder werd geklaagd dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom een zwaardere straf dan de gevorderde was opgelegd en dat de gebruikte bewijsmiddelen niet waren vermeld. De Hoge Raad oordeelde dat de motivering aan de eisen van art. 359.7 Sv moest voldoen en dat het enkel aanhechten van de vordering van het OM aan het vonnis onvoldoende is. De motivering in het arrest voldeed echter doordat in de aanvulling op het arrest de gebruikte bewijsmiddelen zijn opgenomen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarbij het hof de straf passend achtte gelet op het benadelingsbedrag en de richtlijnen van het OM.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt vier maanden gevangenisstraf en verwerpt cassatieberoep wegens onvoldoende strafmotivering en voegingsklacht.