ECLI:NL:PHR:2004:AQ7364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke beoordeling duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen ouder en meerderjarig kind
In deze zaak staat centraal of eiser met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd in de zin van art. 7A:1623i lid 2 BW, waardoor hij de huurovereenkomst na haar overlijden zou kunnen voortzetten.
Eiser woonde na een verblijf van ongeveer een jaar in Italië vanaf augustus 1998 weer bij zijn moeder om haar te verzorgen. De gezamenlijke huishouding duurde ongeveer tweeënhalf jaar, waarbij eiser gedurende enkele maanden elders een kamer huurde vanwege werk. Verweerder, verhuurder van de woning, vorderde ontruiming na het overlijden van de moeder.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de huishouding niet duurzaam was vanwege de relatief korte duur, het tijdelijke verblijf elders van eiser en zijn jonge leeftijd. De Hoge Raad bevestigt dat samenwoning tussen ouder en meerderjarig kind in beginsel niet als duurzaam geldt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In casu waren die omstandigheden onvoldoende om duurzaamheid aan te nemen.
De Hoge Raad wijst erop dat de bedoeling en verwachting van partijen relevant zijn, maar dat de feitelijke duur en omstandigheden doorslaggevend zijn. Het beroep van eiser wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraak dat hij de woning moet ontruimen in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de huishouding niet duurzaam was en wijst het beroep van eiser af.