ECLI:NL:PHR:2004:AR1260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens onvoldoende onderzoek en motivering
In deze zaak is een voorlopige machtiging voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis verleend zonder dat de psychiater die de geneeskundige verklaring opstelde de betrokkene persoonlijk heeft onderzocht. De ouders van de betrokkene hadden een verzoek ingediend bij de officier van justitie, waarna de rechtbank de machtiging verleende. Betrokkene zelf was niet verschenen bij de zitting.
De Hoge Raad oordeelt dat de wet vereist dat de psychiater betrokkene kort tevoren persoonlijk onderzoekt, tenzij dit door weigering van betrokkene niet mogelijk is. In dat geval moet de psychiater in zijn verklaring uitleggen waarom het onderzoek beperkt was en op welke gronden hij toch tot zijn oordeel is gekomen. De rechtbank moet vervolgens toetsen of het onderzoek voldoende was en of voldoende is vastgesteld dat betrokkene gestoord is en gevaar veroorzaakt.
In deze zaak blijkt uit het begeleidend schrijven dat de psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft gezien, terwijl de rechtbank ten onrechte stelde dat dit wel het geval was. Daarnaast heeft de rechtbank niet gemotiveerd waarom zij oordeelde dat de verklaring voldeed aan de wettelijke eisen en welk gevaar zij voor ogen had. Hierdoor voldoet de motivering niet aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling aan de hand van de actuele situatie en met inachtneming van de wettelijke vereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling.