ECLI:NL:PHR:2004:AR2244
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over afschrijvingsmogelijkheid op winstrecht in vennootschapsbelasting
In deze zaak stond centraal de vraag of een winstrecht, verkregen door X B.V. in een vennootschap onder firma, als bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt en of daarop afschrijving mogelijk is in de vennootschapsbelasting 1999.
De Hoge Raad bevestigt dat het winstrecht kwalificeert als een onstoffelijk bedrijfsmiddel dat duurzaam tot het vaste kapitaal van de onderneming behoort. Dit oordeel is gebaseerd op jurisprudentie en fiscale literatuur die het winstrecht als een zelfstandig overdraagbaar activum beschouwen.
Echter, ondanks de kwalificatie als bedrijfsmiddel, oordeelt de Hoge Raad dat afschrijving niet is toegestaan omdat het winstrecht geen waardevermindering ondergaat door technische of economische slijtage. De gebruikswaarde blijft in principe constant, en eventuele waardedalingen moeten in het jaar van ontstaan worden verwerkt.
Het hof had het standpunt van belanghebbende dat het matchingbeginsel toegepast moest worden, terecht verworpen omdat het winstrecht niet als kostenpost kan worden aangemerkt. Uiteindelijk leidt het cassatiemiddel niet tot vernietiging van het hofarrest en wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; afschrijving op het winstrecht is niet toegestaan.