1 Rov. 1 van het bestreden arrest in verbinding met rov. 1.1 - 1.5 van het vonnis van de rechtbank d.d. 25 juli 2001; zie ook rov. 3.1.
2 Met "referte B" in het citaat is het besluit van 3 april 1997 bedoeld.
3 De ambtsberichten zijn genoemd in de inleidende dagvaarding blz. 24. Zie voorts: CRvB 11 mei 1983, AB 1983, 451 m.nt. JCvdH en TAR 1986, 206; CRvB 5 juni 1986, AB 1987, 149 m.nt. HH en TAR 1986, 209; CRvB 5 juni 1986, TAR 1986, 207; CRvB 5 juni 1986, TAR 1986, 208; CRvB 16 juli 1988, TAR 1988, 165 m.nt. GLC; CRvB 2 mei 1991 (overgelegd bij CvA).
4 Behoudens voor zover de ongegrondverklaring van het bezwaar betrekking had op het verzoek om toezending van documenten, een kwestie die in cassatie geen rol meer speelt,
5 Vgl. HR 15 maart 1996, NJ 1997, 341 m.nt. HJS; HR 5 oktober 2001, NJ 2002, 514 m.nt. DA; HR 11 juli 2003, NJ 2003, 567.
6 Snijders/Wendels, Civiel appel, 2003, nrs. 216, 259 en 263.
7 Vgl. HR 1 februari 2002, NJ 2003, 655 m.nt. DA.
8 Inl. dagv. blz. 23; CvR onder 2.3; MvG blz. 8 en 50-52.
9 Deze leer van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen is in latere arresten herhaald. Zie onder meer: HR 17 maart 1978, NJ 1979, 204 m.nt. MS; HR 16 oktober 1987, NJ 1988, 841 m.nt. MS en C; HR 4 mei 1990, NJ 1990, 677 m.nt. PAS.
10 Hierover is veel geschreven. Ik volsta met enkele recente vindplaatsen, alwaar verwijzingen naar oudere literatuur: V. van den Brink, Aansprakelijkheid voor onrechtmatige rechtspraak, NJB 2000, blz. 789-795; V.V.R. van Bogaert en E.F. Stamhuis, NJB 2000, blz. 796-804; Chr. van Dijk en C. Drion, De rechter moet het rechter maken, A&V 1997, blz. 25-38; S.C.J.J. Kortmann, J.S. Kortmann en L.P. Kortmann, Nogmaals aansprakelijkheid van de staat voor schade voortvloeiende uit rechterlijke uitspraken, in: P.P.T. Bovend'Eert, J.W.A. Fleuren en H.R.B.M. Kummeling (red.), Grensverleggend staatsrecht, 2001, blz. 207-231. Voor een tegengeluid: G. Snijders, Onrechtmatige rechtspraak, in: A.G. Castermans e.a. (red.), De landsadvocaat, voor deze, 1999, blz. 145-151.
11 Asser-Hartkamp 4-III, 2002, nrs. 290j e.v., i.h.b. nr. 290l.
12 Hof van Cassatie 19 december 1991 (Anca), in NJB 1993, blz. 917-920 besproken door M. Storme.
13 Sommige schrijvers koppelen dit niet aan het onrechtmatigheidscriterium, maar aan de plicht van de benadeelde tot schadebeperking: indien de rechter onrechtmatig heeft gehandeld, behoort de benadeelde tot beperking van zijn schade het openstaande rechtsmiddel aan te wenden.
14 Zulks in reactie op de uitwerking van onderdeel II.3 op blz. 12-16 van de cassatiedagvaarding en op de cassatierepliek blz. 2-3.
15 Vgl. cassatierepliek blz. 11.
16 Op blz. 6-7 van de cassatiedagvaarding en blz. 4-5 van de cassatierepliek maakt [eiser] bezwaar tegen de uitspraak van de CRvB. Op die klachten kan de cassatierechter evenwel geen acht slaan: de CRvB heeft in hoogste aanleg beslist.
17 Inl. dagv. blz. 23; CvR onder 14.
18 HR 22 februari 2002, NJ 2002, 240 m.nt. JBMV, vereist het bestaan van geestelijk letsel, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Een, meer of minder sterk, psychisch onbehagen is daarvoor onvoldoende: HR 13 januari 1995, NJ 1997, 366 m.nt. CJHB; HR 21 februari 1997, NJ 1999, 145. Zie in gelijke zin: HR 9 mei 2003, RvdW 2003, 92.
19 Geïnteresseerden in de kernwapenproblematiek wordt gewezen op: HR 10 november 1989, NJ 1991, 248 m.nt. P.H. Kooijmans; HR 21 december 2001, NJ 2002, 217 m.nt. TK.
20 Vaste rechtspraak. Zie o.m. HR 16 juni 1992, NJ 1992, 819; HR 30 juni 1992, NJ 1993, 194 m.nt. Sch; HR 24 oktober 1995, NJ 1996, 484 m.nt. Kn; HR 15 april 1997, NJ 1997, 535. Zij is gebaseerd op Europese rechtspraak. Zie o.m. EHRM 26 oktober 1984, NJ 1988, 744 m.nt. EAA; EHRM 24 mei 1989, NJ 1990, 627 m.nt. PvD; EHRM 7 augustus 1996, NJ 1998, 185 m.nt. Kn onder nr. 187.