ECLI:NL:PHR:2005:AQ7121
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waarde van Koninklijk Paleis Huis ten Bosch voor WOZ-belasting vastgesteld ondanks gebruiksbeperkingen
De zaak betreft de vaststelling van de waarde van het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch te Den Haag voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000, met waardepeildatum 1 januari 1993. De waarde is vastgesteld op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Belanghebbende, eigenaar van het paleis, betwistte dat een waarde kan worden toegekend omdat het paleis krachtens een Koninklijk Besluit aan de Koning ter beschikking is gesteld en niet kan worden vervreemd.
Het Gerechtshof Den Haag verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de waardering op basis van de overdrachts- en verkrijgingsfictie zoals neergelegd in artikel 17, lid 2 van de Wet WOZ. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de overdrachtsfictie inhoudt dat de volle en onbezwaarde eigendom van de onroerende zaak wordt verondersteld overdraagbaar, ook al bestaan er feitelijke of wettelijke beperkingen.
De Hoge Raad maakt onderscheid tussen objectieve en subjectieve beperkingen. Objectieve beperkingen die de waarde drukken moeten worden meegenomen, maar beperkingen die persoonlijk zijn voor de eigenaar, zoals het gebruiksrecht van de Koning, worden niet in de waardering betrokken. De beschikking dat het paleis aan de Koning ter beschikking is gesteld, wordt als een persoonlijke beperking gezien en mag niet leiden tot waardevermindering. Hierdoor blijft de waarde in het economische verkeer ongewijzigd, ondanks het feit dat het paleis niet vrij vervreemdbaar is.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de waarde van het paleis zoals vastgesteld door het Hof. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de overdrachts- en verkrijgingsfictie bij onroerende zaken die aan bijzondere gebruiksbeperkingen zijn onderworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de WOZ-waarde van het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch wordt vastgesteld op basis van de overdrachts- en verkrijgingsfictie, ondanks het gebruiksrecht van de Koning.