ECLI:NL:HR:1998:AA2572
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat Maatschappelijk Gebonden Eigendom-bepalingen geen waardedrukkende invloed hebben op WOZ-waarde
Belanghebbende kreeg voor 1994 aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd op basis van een waarde van ƒ114.000,-- voor een appartement met erfpachtsrecht en MGE-bepalingen. Het hof had de aanslagen verminderd tot een waarde van ƒ63.000,-- door rekening te houden met de waardedrukkende werking van de MGE-bepalingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de MGE-bepalingen als waardedrukkend heeft aangemerkt. De Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal dat bij de waardebepaling in het economische verkeer alleen rekening mag worden gehouden met factoren die de omvang van het genot van het goed beperken, ongeacht de persoon van de gerechtigde. Een beperking van de vervreemdingsbevoegdheid, zoals het antispeculatiebeding met kettingbeding, beïnvloedt de waarde niet.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de Directeur van de Dienst gemeentelijke belastingen die de aanslagen handhaafde. De proceskostenveroordeling van het hof blijft in stand en de Directeur wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de MGE-bepalingen geen waardedrukkende invloed hebben op de WOZ-waarde en herstelt de aanslagen op basis van de hogere waarde.