ECLI:NL:PHR:2005:AR0220
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente over ten onrechte geheven wijnaccijns afgewezen wegens doorberekening aan consument
De zaak betreft een geschil tussen Koninklijke Ahold c.s. en de Staat der Nederlanden over de teruggaaf van accijns op rode wijn die onrechtmatig was geheven in strijd met het EG-Verdrag. Na eerdere procedures oordeelde de rechtbank dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door de accijns niet direct terug te betalen en kende zij vergoeding van wettelijke rente toe. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de rentevergoeding af, stellende dat Ahold geen schade had geleden omdat de accijns was doorberekend aan consumenten.
De Hoge Raad stelt in cassatie dat de wettelijke rentevergoeding niet kan worden geweigerd op grond van het ontbreken van schade, ook niet indien de accijns is doorberekend. Dit volgt uit de abstracte wijze van schadeberekening volgens art. 6:119 BW Pro. De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof een onjuiste rechtsopvatting bevat en dat de afwijzing van de rentevergoeding onaanvaardbaar is. Tevens bespreekt de Hoge Raad de verrijkingsexceptie die voorkomt dat de Staat dubbel wordt betaald door zowel Ahold als de douane-expediteurs.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing over de rentevergoeding. De Hoge Raad benadrukt dat de redelijkheid en billijkheid niet kunnen leiden tot het uitsluiten van het recht op wettelijke rente in deze context, ook niet bij doorberekening van de accijns aan consumenten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling van de rentevergoeding over onterecht geheven wijnaccijns.