ECLI:NL:PHR:2005:AR1522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor onrechtmatig strafvorderlijk optreden jegens politieambtenaar
In deze zaak vordert een voormalige politieambtenaar schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatig strafvorderlijk optreden. Hij werd verdacht van het aannemen van een gift in verband met het afleggen van een getuigenverklaring in een strafzaak in New York, maar het strafrechtelijk onderzoek leidde tot sepot wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank wees de vordering af wegens eigen schuld van de politieambtenaar, die naliet zijn leiding te informeren over zijn rol in de strafzaak. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de Staat tot vergoeding van twee derde van de schade, waarbij de eigen schuld van de ambtenaar werd vastgesteld op een derde.
De Hoge Raad stelt dat de onschuld van de gewezen verdachte niet voldoende blijkt uit het strafdossier, omdat er concrete feiten en omstandigheden zijn die vragen oproepen over zijn handelen. Daarom is geen grond voor schadevergoeding op basis van onrechtmatige daad. Tevens oordeelt de Hoge Raad over de verdeling van de schade en de motivering van het hof, waarbij de klachten van partijen deels worden verworpen en deels gegrond verklaard.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de onschuld van de gewezen verdachte niet uit het strafdossier blijkt.