ECLI:NL:PHR:2005:AR4978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste dagvaarding en niet-ontvankelijkheid ontvanger
De zaak betreft een geschil tussen de Ontvanger van de Belastingdienst en een bestuurder van een failliete vennootschap over aansprakelijkheid voor naheffingsaanslagen. De Ontvanger stelde de bestuurder aansprakelijk en dagvaardde hem op een adres waarvan bekend was dat hij daar niet meer woonde.
De dagvaarding werd niet tijdig ontvangen, waarna verstek werd verleend en het vonnis aan de bestuurder werd betekend. De bestuurder deed verzet en voerde nietigheid van de dagvaarding en niet-ontvankelijkheid van de Ontvanger aan. Het hof verwierp nietigheid maar verklaarde de Ontvanger niet-ontvankelijk omdat de dagvaarding niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn correct was betekend.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de Ontvanger niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Hoge Raad benadrukt dat de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor dagvaarding en betekening leidend zijn en dat de Leidraad invordering 1990 hieraan geen afwijkende betekenis mag geven. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank eerste aanleg.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.