ECLI:NL:HR:2005:AR4978
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslagen ondanks bezwaren dagvaarding
De zaak betreft een cassatieberoep van de Ontvanger van de Belastingdienst tegen een arrest van het gerechtshof Leeuwarden, waarin het hof de Ontvanger niet-ontvankelijk verklaarde in zijn vorderingen tegen de bestuurder van een failliete vennootschap. De Ontvanger had de bestuurder aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting opgelegd aan de vennootschap.
De bestuurder was niet verschenen bij de dagvaarding, waarop verstek werd verleend en de rechtbank de vordering van de Ontvanger toewijst. De bestuurder kwam in verzet en het vonnis werd vernietigd, waarna de rechtbank opnieuw oordeelde dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is. Het hof vernietigde dit vonnis echter deels en verklaarde de Ontvanger niet-ontvankelijk omdat de dagvaarding niet binnen de wettelijke termijn correct zou zijn betekend.
De Hoge Raad overweegt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteert door te oordelen dat de Ontvanger niet-ontvankelijk moet worden verklaard indien de dagvaarding niet binnen twee maanden correct is uitgebracht. De Hoge Raad bevestigt dat de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikelen 93 en 94) van toepassing zijn en dat de dagvaarding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid maar tot nietigheid, die door verzet kan worden genezen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof, bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de bestuurder in de proceskosten van hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de belastingschuld en verwerpt het beroep op niet-ontvankelijkheid.