Uitspraak
binnen de appeltermijn, die op 29 januari 1990 verstreek - heeft [deurwaarder] , deurwaarder bij de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, ten verzoeke van EZH een exploit uitgebracht waarbij aan Staalbouw werd aangezegd dat EZH daarbij in beroep kwam van het vonnis, op 27 oktober 1989 door deze Rechtbank onder rolnummer 87/4861 gewezen tussen EZH en Staalbouw en deze laatste werd gedagvaard tegen de terechtzitting van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 maart 1990;
vóór de dienende dag, aangezegd in het onder (i) genoemde exploit -, onder instandhouding van dat exploit, ten kantore van de procureur in eerste aanleg van Staalbouw een herstelexploit doen uitbrengen;
uitgebracht, en (2°) dit exploit, nu het noch overeenkomstig art. 343, noch overeenkomstig art. 4 is Pro uitgebracht en Staalbouw dan ook geen afschrift is gelaten, aan te merken als een (appel-)dagvaarding die in de zin van art. 92 Rv Pro. leed aan een gebrek dat weliswaar nietigheid meebracht, doch dat bij een overeenkomstig deze bepaling uitgebracht exploit
konworden hersteld, en aldus ook
ishersteld. Opmerking verdient daarbij dat blijkens de geschiedenis van voormelde wet aan de werking van een herstelexploit niet afdoet dat het wordt uitgebracht na het verstrijken van de appeltermijn: nodig, maar ook voldoende is dat het wordt uitgebracht vóór de dienende dag (HR 25 oktober 1985, NJ 1986, 473), doch aan dat vereiste is te dezen voldaan. Waar het gebrek in de binnen de appeltermijn uitgebrachte appeldagvaarding rechtsgeldig is hersteld, is het hoger beroep tijdig ingesteld. Voor wat betreft de heelbaarheid van gebreken valt niet te onderscheiden tussen de dagvaarding als oproeping en de dagvaarding als aanzegging van het instellen van een rechtsmiddel.
29 april 1994.