ECLI:NL:PHR:2005:AR5096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 23.5 en 24.5 Sv bij vertrouwelijke rechtshulp en cassatie ontvankelijkheid
In deze zaak gaat het om de vraag of een cassatieberoep ontvankelijk is ingesteld voordat de beschikking tot overdracht van stukken aan buitenlandse autoriteiten is betekend, en hoe de uitzonderingen op de openbaarheid van de raadkamerprocedure toegepast dienen te worden bij vertrouwelijke rechtshulpverzoeken.
De rechtbank had met toepassing van art. 23, vijfde lid, en art. 24, vijfde lid, Sv besloten de oproeping van betrokkene en andere belanghebbenden achterwege te laten en de behandeling met gesloten deuren te doen plaatsvinden, vanwege het belang van het onderzoek en de vertrouwelijkheid die door de Belgische autoriteiten was verzocht.
De Hoge Raad bevestigt dat deze uitzonderingen ook in de art. 552p Sv-procedure kunnen worden toegepast, waardoor betekening van de beschikking kan worden uitgesteld tot het belang van het onderzoek dat toelaat. Hierdoor begint de termijn van veertien dagen voor cassatie pas na betekening te lopen, waardoor het cassatieberoep van verzoeker te vroeg is ingesteld en niet-ontvankelijk is. Tevens wordt bevestigd dat aan het verleende verlof gevolg mag worden gegeven ook als de beschikking nog niet onherroepelijk is, vanwege de noodzaak van effectieve internationale rechtshulp.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld vóór betekening van de beschikking.