ECLI:NL:PHR:2005:AR6458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Sanquin voor hiv-besmetting door bloedproducten Factorate HT
De zaak betreft de aansprakelijkheid van Stichting Sanquin Bloedvoorziening (Sanquin) voor de hiv-besmetting van [betrokkene 1], een hemofiliepatiënt die behandeld werd met bloedproducten, waaronder Factorate HT van Armour. De besmetting werd vastgesteld in 1986, en de vraag was of Sanquin onrechtmatig heeft gehandeld door het blijven leveren van mogelijk onveilige bloedproducten en het niet informeren van patiënt en moeder over de risico's.
De rechtbank en het hof stelden vast dat Sanquin en het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) tekort zijn geschoten in hun zorgplicht en informatieverplichting jegens [betrokkene 1]. Het hof oordeelde dat Sanquin onzorgvuldig handelde door medische gegevens niet langer dan vijf jaar te bewaren, terwijl zij die onder de omstandigheden langer had moeten bewaren. Dit leidde tot een feitelijk vermoeden dat Sanquin na 8 november 1984 het onveilige Factorate HT (IP) product aan AZG heeft geleverd.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de uitleg van het hof met betrekking tot de verschillende varianten van Factorate HT (HP en IP), de interpretatie van een publicatie in The Lancet, de bewijslastverdeling, en de bewaarplicht van medische gegevens. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof vanwege procesrechtelijke tekortkomingen, met name het te beperkt behandelen van de rechtsstrijd en onduidelijkheid over de feitelijke grondslagen. Tevens werd overwogen dat een schikkingscomparitie wenselijk zou zijn gezien de complexiteit en gevoeligheid van de zaak.
De Hoge Raad benadrukte dat het onduidelijk is welk bloedproduct precies besmet was en in welke periode de besmetting plaatsvond. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het onderscheid tussen HP en IP product relevant was voor de onrechtmatigheid. Ook werd vastgesteld dat Sanquin onzorgvuldig handelde door vernietiging van gegevens en dat de bewijslast niet onjuist was omgekeerd, maar dat sprake was van een feitelijk vermoeden. De zaak werd verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.