ECLI:NL:HR:2003:AF4853
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrekbaarheid kosten vaartuigen voor representatie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd door de Inspecteur. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag verder. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze hofuitspraak.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van kosten die verband houden met zeiltochten met een gehuurd schip, gebruikt voor representatieve doeleinden zoals feestelijke bijeenkomsten met relaties en personeel. De wet sloot aftrek van kosten voor vaartuigen die voor representatie worden gebruikt volledig uit, terwijl andere representatiekosten voor 75% aftrekbaar waren. Het hof oordeelde dat deze ongelijke behandeling in strijd was met het discriminatieverbod van het IVBPR en EVRM.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale regelgeving en dat het onderscheid tussen vaartuigen en andere vervoermiddelen een redelijke en objectieve rechtvaardiging kent. De wetgever ging ervan uit dat het privé-element bij vaartuigen zwaarder weegt en dat het bepalen van het zakelijke gebruik problematischer is. Daarom is de volledige uitsluiting van aftrek gerechtvaardigd. De uitspraak van het hof werd vernietigd, het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.