ECLI:NL:PHR:2005:AR8871
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aanvechten buitengerechtelijke vernietiging curator in faillissementszaak
Deze zaak betreft een cassatieberoep van [eiseres] tegen het arrest van het gerechtshof Leeuwarden, waarin het hof oordeelde dat [eiseres] de buitengerechtelijke vernietiging door de curator van een rechtshandeling niet in rechte had aangevochten. Het geschil draait om de vraag of aanbetalingen van f 220.000,-, gedaan door [betrokkene 1] privé, aan [A] (een vennootschap onder firma) kunnen worden toegerekend aan [eiseres], en of de curator deze toerekening terecht heeft vernietigd op grond van artikel 42 en Pro 43 van de Faillissementswet.
De feiten betreffen een koop- en aannemingsovereenkomst tussen [A] en [betrokkene 1], waarbij zekerheid werd gesteld door overdracht van recreatiebungalows. Na faillissement van [A] stelde de curator dat de toerekening van de aanbetalingen aan [eiseres] ongerechtvaardigde verrijking opleverde en vernietigde deze rechtshandeling buitengerechtelijk. De rechtbank en het hof oordeelden dat [eiseres] deze vernietiging niet had aangevochten en dat de aanbetalingen daarom niet in mindering konden worden gebracht op de vordering van de curator.
In cassatie staat centraal of het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiseres] de vernietiging niet heeft aangevochten en of het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te stellen dat een reconventionele vordering nodig zou zijn om de vernietiging te betwisten. De Hoge Raad bevestigt dat de wederpartij van de failliet de buitengerechtelijke vernietiging kan aanvechten via exceptief verweer in een verrijkingsactie zonder een aparte vordering te hoeven instellen. Dit sluit aan bij de jurisprudentie en literatuur over de buitengerechtelijke vernietiging en de toepassing van artikel 42 en Pro 43 Faillissementswet en artikel 3:49 e.v. BW.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof. Hiermee wordt bevestigd dat het standpunt van de curator dat een reconventionele vordering vereist is niet juist is, en dat het beroep op de vernietiging door [eiseres] in rechte kan worden gevoerd als verweer tegen de vordering van de curator.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met het oordeel dat de buitengerechtelijke vernietiging door de curator via verweer kan worden aangevochten.