ECLI:NL:HR:1999:AA3800
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Van der Putt-Lauwers
- De Savornin Lohman
- Kop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof inzake bewijslevering bij benadeling schuldeisers in faillissement
De curator van de gefailleerde vennootschap onder firma Assurantie Combinatie Limburg vorderde betaling van verweerders wegens vernietigde koopovereenkomsten op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro, met een beroep op het vermoeden van wetenschap van benadeling volgens artikel 43 lid 1 Faillissementswet Pro. De rechtbank wees de vordering grotendeels toe en oordeelde dat aan de voorwaarden voor het vermoeden van wetenschap was voldaan.
In hoger beroep stelden verweerders dat de curator de bewijslast droeg en dat zij niet waren toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Het hof stond de curator toe bewijs te leveren, maar motiveerde onvoldoende waarom en hoe de bewijslast was verdeeld. Hierdoor kon de Hoge Raad niet beoordelen of het hof een bindende beslissing had genomen of slechts een voorlopig oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het gebrek aan inzicht in de motivering van het hof ertoe leidt dat het arrest niet in stand kan blijven. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten blijven onbesproken en de kosten in cassatie worden voorlopig gereserveerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.