ECLI:NL:PHR:2005:AS2030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijk ontslag van statutair directeur door algemene vergadering van aandeelhouders
In deze zaak stond centraal of het ontslag van een statutair directeur door de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) tevens het ontslag van de arbeidsovereenkomst inhield. De directeur was op 25 maart 1999 ontslagen tijdens een AVA, waarbij het onderscheid tussen vennootschappelijk en arbeidsrechtelijk ontslag niet expliciet werd besproken. De directeur maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde dat het arbeidsrechtelijk ontslag niet rechtsgeldig was.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het ontslagbesluit van de AVA ook het arbeidsrechtelijk ontslag betrof, mede gelet op de bevestigingsbrief van Unidek en de aanwezigheid van de directeur bij de vergadering. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de vennootschappelijke regels voorop staan bij het ontslag van een bestuurder, waarbij het arbeidsrecht aan deze regels wordt aangepast.
De Hoge Raad verwees naar de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie die aangeven dat het ontslag van een bestuurder in beginsel zowel het bestuurschap als de arbeidsovereenkomst beëindigt, tenzij een wettelijk verbod of specifieke afspraken dit verhinderen. Daarnaast verwierp de Hoge Raad de stelling dat alleen het bestuur bevoegd is tot arbeidsrechtelijk ontslag en bevestigde dat de AVA die bevoegdheid ook heeft.
Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat de vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag was verjaard, en dat de door de directeur aangevoerde stuiting van verjaring onvoldoende was. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de AVA omvatte ook het arbeidsrechtelijk ontslag en de vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag is verjaard.