ECLI:NL:PHR:2005:AS2714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en nakoming na echtscheiding met beschuldigingen van misbruik
Partijen zijn getrouwd en hebben een dochter; na het vertrek van de man uit de woning ontstond een verstoorde verstandhouding met beschuldigingen van mishandeling en stalking door de vrouw, die door de man werden ontkend. De omgangsregeling voor de dochter werd vastgesteld door het hof, waarbij de bezwaren van de vrouw wegens vermeend seksueel misbruik onvoldoende aannemelijk werden geacht.
De man vorderde in kort geding nakoming van deze omgangsregeling, wat door de voorzieningenrechter en het hof werd toegewezen ondanks verzet van de vrouw. De vrouw stelde ook cassatieberoep in tegen deze beslissingen, met onder meer het verzoek om schorsing van de uitvoerbaarverklaring, dat werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de criteria voor misbruik van recht.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim van de vrouw om tijdig processtukken te overleggen niet leidde tot niet-ontvankelijkheid, en dat het hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden door de vordering van de man in beperkte vorm toe te wijzen. De klachten over de feitelijke beoordeling van de omgangsregeling en het onderzoek van de stichting FORA werden als ongegrond verworpen. De cassatieberoepen werden afgewezen en de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt omgangsregeling en nakomingsbevel.