ECLI:NL:PHR:2005:AS5106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over schadeloosstelling bij onteigening en bodemverontreiniging
In deze zaak staat de bepaling van de schadeloosstelling centraal die aan eiser toekomt na onteigening van zijn grond door de provincie Zuid-Holland. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van een deskundigenrapport, waarbij ook rekening werd gehouden met bodemverontreiniging, met name asbest.
Eiser betwist de door deskundigen gehanteerde waardering, met name de vierkantemeterprijs en de wijze waarop het Saneringsplan van januari 2004 en het eerdere bodemonderzoek uit 2002 werden betrokken. Hij stelt dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gekregen om adequaat te reageren op het Saneringsplan, dat pas kort voor de pleidooizitting aan hem was toegezonden.
De Hoge Raad bevestigt dat de peildatum voor schadeloosstelling de dag is waarop het vonnis van vervroegde onteigening in de openbare registers wordt ingeschreven. Nieuwe feiten die na die datum bekend worden, mogen alleen worden betrokken als zij betrekking hebben op reeds bestaande omstandigheden op die peildatum. De deskundigen mochten de schadeloosstelling bijstellen op basis van het Saneringsplan omdat dit een reeds vóór de peildatum bestaande asbestverontreiniging betrof.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met het recht van eiser op hoor en wederhoor, omdat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om te reageren op het Saneringsplan en het rapport van het verkennende bodemonderzoek. De rechtbank had eiser de mogelijkheid moeten bieden tot een tegenonderzoek of aanhouding van de procedure. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het recht op hoor en wederhoor.