ECLI:NL:HR:2005:AS5106
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis onteigeningsschadeloosstelling wegens schending hoor en wederhoor
De zaak betreft een geschil over de schadeloosstelling die aan eiser toekomt bij vervroegde onteigening van grond door de Provincie Zuid-Holland voor de aanleg van een provinciale weg. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op circa €105.409,08, gebaseerd op een aangepaste waardering vanwege asbestverontreiniging die aanvankelijk was verondersteld verwijderd te zijn.
De deskundigen hadden eerst een schadeloosstelling van €137.687,50 begroot, uitgaande van een hogere grondprijs zonder rekening te houden met aanwezige asbest. Na toezending van een saneringsplan door DHV werd de schadeloosstelling bijgesteld naar €105.022,50. Eiser verzocht om aanhouding van de zaak om een contra-expertise te verrichten, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot aanhouding heeft afgewezen, waardoor eiser niet de mogelijkheid kreeg om adequaat te reageren op nieuwe feiten omtrent de asbestverontreiniging. Dit schendt het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
De Provincie wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest benadrukt dat bij de bepaling van schadeloosstelling rekening moet worden gehouden met alle feiten en omstandigheden die op de peildatum van belang zijn, ook als die pas later blijken.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.